ECLI:NL:RBLIM:2019:3175
Rechtbank Limburg · 05-04-2019 · zaaknummer AWB - 18 _ 165
Inhoudsindicatie
Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat niet de feitelijke situatie maar de vergunde situatie uitgangspunt is voor de vergunningverlening in het kader van natuurbescherming. Uit die jurisprudentie blijkt niet dat de mate waarin de inrichting feitelijk niet meer in functie is overeenkomstig de milieuvergunning, van doorslaggevend gewicht is. Ook bij het in aanmerking nemen van dieraantallen komt in de jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3154) doorslaggevend gewicht toe aan de vergunde aantallen en niet aan de feitelijke stalbezetting. Dat het in dit geding gaat om een inrichting die ten tijde van de aanvraag om een natuurvergunning feitelijk in het geheel niet in gebruik is, leidt de rechtbank dan ook niet tot een ander oordeel.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van Gedeputeerde Staten van Limburg
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van Gedeputeerde Staten van Limburg
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
