ECLI:NL:RBLIM:2019:3092
Rechtbank Limburg · 26-03-2019 · zaaknummer C/03/261616 / KG ZA 19-111
Inhoudsindicatie
Op basis van de feiten en omstandigheden zoals die in het kort geding gebleken zijn, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat in een bodemprocedure komt vast te staan dat tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Een opdracht aan een makelaar tot bemiddeling houdt in beginsel geen volmacht in aan die makelaar tot het sluiten van een koopovereenkomst. De makelaar is alleen de bode van de verkoper (HR 26 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9284). Dat is alleen anders indien uit een volmacht blijkt dat hij bevoegd is namens de verkoper bindende afspraken te maken. De makelaar had in deze zaak een dergelijke volmacht niet. Wil tussen partijen een koopovereenkomst tot stand zijn gekomen, dan moet dat blijken uit handelingen van de (voormalig) bestuurder – als vertegenwoordiger van Healthcare Management B.V., die zien op een bevestiging van het bod van eisers en van de daarbij gestelde voorwaarden. Daarvan is niet gebleken. De door eisers aangehaalde mededelingen zijn allemaal door de makelaar gedaan. Het beroep op artikel 3:61 lid 2 BW slaagt ook niet. De Hoge Raad heeft in voormeld arrest van 26 juni 2009 verwezen naar het arrest van 9 augustus 2002 (HR 09-08-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2380) waarin overwogen is dat: “een opdracht aan een makelaar tot bemiddeling geen volmacht inhoudt aan die makelaar tot het sluiten van een koopovereenkomst en dat met zo een opdracht ook niet de schijn van bevoegdheid van de makelaar wordt gewekt.”.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
