ECLI:NL:RBLIM:2019:2231
Rechtbank Limburg · 12-03-2019 · zaaknummer 03/659310-18
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor het opzettelijk aanwezig hebben van heroïne en voor het voorhanden hebben van een vilmes. Het begrip ‘(opzettelijk) aanwezig hebben’ moet niet in civielrechtelijke zin worden opgevat. Voor een bewezenverklaring hiervan is namelijk niet noodzakelijk dat de verdovende middelen de verdachte toebehoren. Het is voldoende dat de verdachte zodanige macht kon uitoefenen over de heroïne dat hij geacht kon worden deze aanwezig te hebben. De rechtbank acht de alternatieve lezing van de verdachte – inhoudende dat hij niet wist dat de heroïne in de auto lag en dat deze kennelijk in de auto was achtergelaten door een van de personen die zijn auto had geleend – niet aannemelijk geworden. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Advocaten
- A.A.Th
- X. Vonken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
