ECLI:NL:RBLIM:2019:11680
Rechtbank Limburg · 24-12-2019 · zaaknummer 03/659137-18
Inhoudsindicatie
Verdachte is bij vonnis van 12 september 2018 veroordeeld ter zake van medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet, gepleegd in de periode van 20 februari 2018 tot en met 15 mei 2018. Nu de veroordeelde in de strafzaak voor een bepaalde periode is vrijgesproken, heeft de officier van justitie de vordering ter terechtzitting gewijzigd en vordert het voordeel te schatten op € 49.098,00. De raadsvrouw acht het niet aannemelijk dat de veroordeelde gedurende een periode van twee jaar wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Voor de twee weken dat de veroordeelde heeft gehandeld in cocaïne kan slechts een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 1.705,00 worden toegerekend. De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden vastgesteld dat de veroordeelde gedurende een langere periode (ruim 700 dagen) wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gehad uit strafbare feiten en stelt het bedrag vast op € 50.494,50
Rechters
Advocaten
- G. Biesmans
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
