ECLI:NL:RBLIM:2018:6846
Rechtbank Limburg · 23-07-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 3497
Inhoudsindicatie
De rechtbank gaat uit van de bewoordingen van de cao en de daarbij behorende preambule. Het gebruik maken van de mogelijkheid die de wet biedt is aan de cao-partijen. In casu hebben bij de cao betrokken partijen vastgesteld dat de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering en haar dochterondernemingen afwijking van het bepaalde in artikel 7:668a BW noodzakelijk maakt. Anders dan verweerder, die kennelijk van mening is dat inhoudelijk getoetst zou moeten worden of dit ook echt wel zo is, is de rechtbank van oordeel dat het een gegeven is waarmee verweerder rekening dient te houden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiseres op de datum in geding geen overeenkomst had voor onbepaalde tijd en derhalve geen recht op loon van haar (voormalige) werkgever. Vernietiging van het bestreden besluit.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
