ECLI:NL:RBLIM:2018:5679
Rechtbank Limburg · 20-06-2018 · zaaknummer 6534273 CV EXPL 17-9632
Inhoudsindicatie
Werknemer stelt vordering tot vergoeding van dienstreizen. Werkgever kent een regeling reis- en verblijfkosten die overeenkomst de cao Jeugdzorg in overleg met de ondernemingsraad tot stand is gekomen. De regeling kent een vervaltermijn van drie maanden voor de indiening van de declaraties. Werknemer heeft die termijn overschreden en werkgever heeft de declaraties afgewezen. De kantonrechter overweegt dat de regeling in overleg met de ondernemingsraad tot stand is gekomen en de belangen van werknemer voldoende gewaarborgd zijn. Werknemer heeft onvoldoende gesteld en aangetoond dat het hem onmogelijk was om de declaraties binnen de termijn van drie maanden in te dienen. Toepassing van de regeling leidt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet tot een onaanvaardbaar resultaat en werkgever heeft niet gehandeld in strijd met goed werkgeverschap. De vordering van werknemer wordt afgewezen omdat de vervaltermijn verstreken is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
