ECLI:NL:RBLIM:2018:5672
Rechtbank Limburg · 15-06-2018 · zaaknummer 99/000315-24
Inhoudsindicatie
Artikel 15g Sr; artikel 15a Sr; Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling van het College van procureurs-generaal (Stcrt. 2012, 5379); Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling (Stcrt. 2016, 68521); Afwijzing vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.). Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het wijzigingsbesluit van 7 november 2016 niet aan de (nieuwe) Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling van het College van procureurs-generaal, doordat de datum van v.i. en de duur van het resterend gedeelte van de proeftijd niet zijn vermeld. Niet is gebleken dat het voorgeschreven adviestraject is doorlopen, terwijl bepaalde bijzondere voorwaarden volgens dat besluit (kennelijk) niet meer van toepassing zijn en een nieuwe bijzondere voorwaarde wordt gesteld. Gezien de geconstateerde tekortkomingen in het (tot stand komen van het) wijzigingsbesluit van 7 november 2016 op het gebied van de aanpassingen van de bijzondere voorwaarden en op het gebied van het verstrekken van inlichtingen aan de veroordeelde, is de rechtbank van oordeel dat dit besluit buiten toepassing moet worden gelaten en komt de rechtbank tot de conclusie dat de hernieuwde v.i. van de veroordeelde op 15 juni 2016 - bij gebreke van bijzondere voorwaarden - is geschied onder toepasselijkheid van uitsluitend de algemene (in de wet geformuleerde) voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Van een overtreding door de veroordeelde van die voorwaarde is aan de rechtbank niet gebleken.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
