ECLI:NL:RBLIM:2018:5527
Rechtbank Limburg · 13-06-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 437
Inhoudsindicatie
De rechtbank is met verweerder van oordeel dat het ontslag aangemerkt dient te worden als een ontslag om bedrijfseconomische redenen. Door als medewerker uit een zogeheten aandachtsgroep gedurende het project Voorfase in te gaan op door eiser aangeboden flankerende voorzieningen, met daaraan gekoppeld vertrek uit de organisatie, heeft de derde-partij een bijdrage geleverd aan de krimpdoelstellingen die met de vorming van de Nationale Politie gepaard gingen. Dat de derde-partij de flankerende voorzieningen op eigen initiatief heeft gevraagd en daartoe geenszins is gedwongen door eiser, doet niet af aan de omstandigheid dat het doel van de door eiser geboden voorzieningen ontegenzeggelijk was gericht op krimp van de organisatie. De omstandigheid dat het gehele reorganisatieproces - hoe dan ook - niet zou leiden tot gedwongen reorganisatieontslagen, doet aan die krimpdoelstelling niet af. De rechtbank ziet daarom in de door eiser aangevoerde omstandigheden geen aanleiding af te wijken van de lijn die de CRvB heeft uitgezet in de hierboven in overweging 6 genoemde uitspraken. Ook de verwijzing door eiser naar de situatie in de uitspraak van de CRvB van 15 januari 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:51) treft geen doel. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
