ECLI:NL:RBLIM:2018:5497
Rechtbank Limburg · 12-06-2018 · zaaknummer 03/703605-08
Inhoudsindicatie
De rechtbank wijst de vordering van het openbaar ministerie, strekkende tot het uitstellen van de voorwaardelijke invrijheidstelling met 730 dagen, gedeeltelijk af en stelt de voorwaardelijke invrijheidstelling uit met 9 maanden. De rechtbank merkt (het geheel van) de incidenten aan als ernstige misdragingen van de veroordeelde die een uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling rechtvaardigen. Het feit dat de veroordeelde op voorhand heeft aangegeven dat hij, met uitzondering van een meldplicht bij de reclassering, geen bijzondere voorwaarden wil naleven, rechtvaardigt een uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling, nu het enkel naleven van de meldplicht onvoldoende wordt geacht om het recidiverisico in te perken. De rechtbank geeft het OM in overweging om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheid van detentiefasering tijdens de periode van uitstel van de voorwaardelijk invrijheidstelling, ook als de veroordeelde (in verband met een tic-stoornis) cannabis gebruikt.
Rechters
Advocaten
- X. Vonken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
