ECLI:NL:RBLIM:2018:4314
Rechtbank Limburg · 04-05-2018 · zaaknummer 03/659379-16
Inhoudsindicatie
Aan verdachte zijn 3 feiten ten laste gelegd, te weten 1 primair belaging, subsidiair bedreiging, 2 vernieling en 3 identiteitsfraude. Alle feiten hebben betrekking op het slachtoffer met wie verdachte een relatie heeft gehad. Na het verbreken van de relatie door het slachtoffer heeft verdachte zich aan voormelde belaging, vernieling en identiteitsfraude schuldig gemaakt. De rechtbank acht de verdachte schuldig aan deze strafbare feiten en heeft bij de straf oplegging onder meer rekening gehouden met de navolgende omstandigheden: Verdachte heeft zich, nadat het slachtoffer de relatie met verdachte had verbroken, gedurende een lange periode zeer frequent schuldig gemaakt aan een stuitende en laffe manier van stalking. Verdachte heeft daarbij gewetenloos het slachtoffer maandenlang bestookt met per post verstuurde enveloppen met daarin honderden afbeeldingen van vrouwen die veelal door verstikking om het leven waren gebracht. Deze afbeeldingen waren bovendien vaak voorzien van beledigende en vernederende teksten en doodsbedreigingen aan het adres van het slachtoffer. Verdachte ging zelfs zo ver in zijn verwerpelijk gedrag dat hij haar een stanleymes met een op bloed gelijkende substantie heeft gestuurd, voorzien van een doodsbedreiging. Verdachte heeft evenmin geschroomd het leven van het slachtoffer op social media tot een hel te maken door haar honderden soortgelijke weerzinwekkende afbeeldingen en video’s te sturen, veelal voorzien van bedreigende en beledigde teksten. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan identiteitsfraude door een nepaccount met de persoonlijke gegevens van het slachtoffer aan te maken en hiermee anderen te benaderen op een wijze die het slachtoffer reputatieschade heeft toegebracht. Aldus is het leed van het slachtoffer nog meer vergroot. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van het hekwerk van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft ter terechtzitting op 20 april 2018 verwoord hoeveel impact het strafbare handelen van verdachte op haar leven heeft gehad en nog dagelijks heeft. Het contact met haar kinderen en vrienden is ze kwijtgeraakt en haar sociale leven is tot stilstand gekomen. Door de gebeurtenissen heeft het slachtoffer een posttraumatische stressstoornis ontwikkeld, waarvoor zij wordt behandeld. Daarnaast heeft zij ook nog allerlei lichamelijke klachten aan de gebeurtenissen overgehouden. Verdachte heeft de belaging en de identiteitsfraude steeds ontkend en heeft zich niet willen verantwoorden ter terechtzitting op 20 april 2018. Ook heeft verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de rechtsgang in het algemeen en geen inzicht te hebben in het laakbare van zijn handelen en het enorme leed dat hij het slachtoffer heeft berokkend. Ofschoon de rechtbank tot dezelfde bewezenverklaring komt als de officier van justitie, acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf van 2 jaar gevangenisstraf een strafrechtelijke reactie van onvoldoende gewicht, gelet op de bijzondere ernst van de feiten en de strafmaxima die op deze feiten door de wetgever zijn gesteld en verdachtes proceshouding. De rechtbank veroordeelt verdachte dan ook tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Ook moet verdachte de schade aan de het slachtoffer betalen.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
