ECLI:NL:RBLIM:2018:2499
Rechtbank Limburg · 16-03-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 3170
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt vast dat verweerder kennelijk op grond van artikel 7:3, aanhef en onder d, van de Awb van het horen in bezwaar heeft afgezien. Nog daargelaten dat dat deze bepaling niet is bedoeld voor situaties als de onderhavige waarin de belanghebbende reeds in zijn bezwaarschrift expliciet heeft aangegeven dat hij gehoord wenst te worden, is de rechtbank van oordeel dat onder een redelijke termijn als bedoeld in deze bepaling minimaal een termijn van één week moet worden verstaan. De in dit geval gegeven termijn van vijf dagen is derhalve geen redelijke termijn, nog afgezien van de omstandigheid dat het verzoek in de vakantieperiode is gedaan én eiser nog voordat het bestreden besluit werd genomen, heeft aangegeven dat hij een hoorzitting wenst. Het beroep is reeds hierom gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de gemeente Stein
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Stein
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
