ECLI:NL:RBLIM:2018:12412
Rechtbank Limburg · 21-12-2018 · zaaknummer 17/3711
Inhoudsindicatie
Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder het recreatieterrein terecht heeft aangemerkt als een niet-woning zoals bedoeld in artikel 220a, tweede lid van de Gemeentewet. Doorslaggevend is in dit verband of 70% of meer van de waarde van het recreatieterrein dient tot woning dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met zijn taxatierapport en gegeven toelichting voldoende aannemelijk gemaakt dat het recreatieterrein niet in hoofdzaak tot woning dient en daarom terecht als niet-woning is aangeslagen. Omdat verweerder evenwel noch in het primaire besluit noch in het bestreden besluit toepassing heeft gegeven aan de woondelenvrijstelling voor die onderdelen van de onroerende zaak die wel in hoofdzaak tot wonen dienen dan wel dienstbaar zijn aan woondoeleinden, kan het besluit op dit punt in rechte geen stand houden en is het beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
