ECLI:NL:RBLIM:2018:12347
Rechtbank Limburg · 28-12-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 3144 + AWB - 17 _ 3145 + AWB - 17 _ 3146
Inhoudsindicatie
Het geschil heeft betrekking op de vraag of er in het kader van de proceskostenvergoeding in beroep sprake is van één zaak. De rechtbank is, gelet op het feit dat artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) zowel van toepassing is op de bezwaar- als de beroepsfase, van oordeel dat het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ6822) waarin is overwogen dat voor de toepassing van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb en het Bpb sprake is van één bezwaar indien dit is gericht tegen meerdere op één aanslagbiljet vermelde besluiten, analoge toepassing vindt in de beroepsfase. De rechtbank heeft in de uitspraak van 18 juli 2017 (ECLI:NL:RBLIM:2017:6930) bij genoemd arrest van de Hoge Raad kanttekeningen geplaatst. Gelet op die kanttekeningen is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval voor het beroep met betrekking tot de onroerende zaak gelegen te Sittard één punt dient te worden toegekend en voor de beroepen met betrekking tot de onroerende zaken gelegen te Stein eveneens één punt nu, zoals is overwogen in de uitspraak van 18 juli 2017, de in een voorkomend geval voor vergoeding in aanmerking te brengen proceshandelingen van een gemachtigde in beginsel per gemeente dienen te worden berekend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
