ECLI:NL:RBLIM:2018:11505
Rechtbank Limburg · 30-11-2018 · zaaknummer C/03/252291 / HA RK 18-175
Inhoudsindicatie
Deelgeschil (vervolg op ECLI:NL:RBLIM:2018:3265). Artikelen 1, 3 en 8 van de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek (GPO). Persoonlijk Onderzoek. Onrechtmatig verkregen bewijs. De rechtbank oordeelt dat de beslissing van de verzekeraar tot het instellen van een persoonlijk onderzoek allereerst niet voldoet aan het bepaalde in artikel 1.1 GPO. Het persoonlijk onderzoek waartoe is besloten, kan geen uitsluitsel geven bij de bepaling van – in dit geval – een aanspraak op schadevergoeding. Het gebruikte middel is in dit geval daartoe evident ongeschikt. Het persoonlijk onderzoek diende immers om opheldering te krijgen over de door de verzekeraar gestelde inconsistenties en ter verkrijging van de – in 4.12. genoemde – ontbrekende informatie. Door middel van de observaties worden de bedoelde inconsistenties niet opgehelderd en kan de ontbrekende informatie niet worden verkregen. Voorts voldoet het ingestelde persoonlijk onderzoek niet aan het subsidiariteitsvereiste van artikel 3 GPO. Uit hetgeen is overwogen met betrekking tot de vraag of het besluit tot het instellen van een persoonlijk onderzoek voldoet aan het bepaalde in artikel 1.1 GPO, volgt al dat de door de verzekeraar gekozen onderzoeksmethode niet voldoet aan het subsidiariteitsvereiste van artikel 3 GPO. De gekozen methode was ongeschikt en leverde, me¬de gezien de aard van het onderzoek, een onnodige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verzoeker op. De informatie die de verzekeraar wilde verkrijgen had op een aanzienlijk minder ingrijpende en doeltreffender manier verkregen kunnen worden. De GPO voorziet in artikel 7.1 ook in andere onderzoeksmethoden, te weten een interview van betrokkene en het inwinnen van informatie bij derden. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat de verzekeraar niet heeft voldaan aan het vereiste van artikel 8.3 en 8.4 GPO. De verzekeraar heeft immers niet de in die bepalingen bedoelde opdrachtverstrekking overgelegd. Verzoeker en de rechtbank kunnen derhalve niet beoordelen of voldaan is aan het voorschrift van artikel 8.3 van de code, te weten of in de opdrachtverstrekking aan het onderzoeksbureau is vermeld wat het doel en de aard van de opgedragen observaties zijn, noch dat aan het onderzoeksbureau de in artikel 8.4 GPO bedoelde voorwaarden zijn gesteld. De verklaring ter zitting van de verzekeraar dat er stukken zijn van de opdrachtverstrekking aan het onderzoeksbureau en dat de opdrachtverlening is gemeld, is daartoe niet voldoende. Er bestaat geen aanleiding om het onrechtmatig verkregen bewijs, bestaande in de observatie van verzoeker, toch mee te wegen bij de afwikkeling van de letselschade van verzoeker. De jurisprudentie biedt weliswaar de ruimte om, ondanks het feit dat bewijs onrechtmatig is verkregen, het verkregen bewijs te gebruiken (zie daartoe Hoge Raad: 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942), maar de rechtbank ziet geen aanleiding om die regel ook in dit geval toe te passen. Doorslaggevend acht de rechtbank daartoe dat de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek is opgesteld door het Verbond van Verzekeraars. Dit betreft een verbond waartoe verzekeraar ook behoort. Van verzekeraar mag derhalve worden verwacht dat zij zich houdt aan de door het verbond opgestelde regels.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
