ECLI:NL:RBLIM:2018:11040
Rechtbank Limburg · 23-11-2018 · zaaknummer 04/990001-11
Inhoudsindicatie
Vastgoedfraude: veroordeling tot een gevangenisstraf van 9 maanden voor valsheid in geschrift en witwassen. Diverse ontvankelijkheidsverweren verworpen. Overschrijding redelijke termijn: Inhoudelijke behandeling op zitting is pas na bijna 10 jaar na eerste verhoor. Van deze 120 maanden zijn in ieder geval 51 maanden toe te rekenen aan verdachte. De overige 69 maanden dienen te worden meegenomen in de afweging in hoeverre de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM is geschonden. Gezien de aard en omvang van het dossier en de samenhang met een erg omvangrijk onderzoek met vele verdachten is de rechtbank van oordeel dat zeker een termijn van 36 maanden daarvan valt binnen de redelijke termijn. De overschrijding van de redelijke termijn is daarmee te stellen op ( maximaal) 33 maanden, dus 2 jaar en 9 maanden. De rechtbank zal met die overschrijding rekening houden bij de bepaling van de op te leggen straf.
Officier van justitie
- G.Th
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
