ECLI:NL:RBLIM:2017:828
Rechtbank Limburg · 31-01-2017 · zaaknummer 5604847 CV 16-11685
Inhoudsindicatie
Kort geding. Werkgever gaat, na daarover met werknemer (en later: met diens gemachtigde) te hebben gesproken en onderhandeld, over tot eenzijdige aanpassing van werktijden van werknemer. Werknemer kan zich niet in die aanpassing vinden en vordert in kort geding om te mogen blijven werken conform de bedongen werktijden. Geen eenzijdig wijzigingsbeding overeengekomen. Aangezien er sprake is van een wijziging van een individuele arbeidsvoorwaarde – niet zijnde een kernarbeidsvoorwaarde – dient er getoetst te worden aan het bepaalde in art. 7:611 BW. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847 (Stoof/Mammoet), worden daarbij drie stappen onderscheiden. Aan de hand van deze drie stappen toetst de voorzieningenrechter of werkgever vooralsnog gerechtigd moet worden geacht tot (eenzijdige) aanpassing van de werktijden van werknemer. De conclusie is dat het voorstel van werkgever tot wijziging van de arbeidsovereenkomst met werknemer naar voorlopig oordeel redelijk geacht moet worden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
