ECLI:NL:RBLIM:2017:7729
Rechtbank Limburg · 08-08-2017 · zaaknummer AWB 17/1850 + AWB 17/2238
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de brief van 23 maart 2017 een nader besluit is en dat het bezwaar en beroep gelet op artikel 6:19 van de Awb van rechtswege mede betrekking heeft op dit nadere besluit. In het besluit van 23 maart 2017 is bepaald dat de sluiting in twee delen zal plaatsvinden en dat de eerste drie maanden ingaan per 17 juli 2017. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder gelet op de aangetroffen hoeveelheid metamfetamine (10,9 gram), zich terecht op het standpunt gesteld dat dit een handelshoeveelheid is. Dit betekent dat verweerder in beginsel bevoegd is tot sluiting van de woning over te gaan. Het moet eiser worden toegegeven dat 10,9 gram geen grote handelshoeveelheid is, maar het is wel een hoeveelheid meer dan voor eigen gebruik. In een dergelijk geval ligt het – volgens de vaste jurisprudentie van de Afdeling – op de weg van eiser om het tegendeel aannemelijk te maken. Indien eiser een plausibele, concrete verklaring had gegeven voor de aanwezigheid van de verdovende middelen in zijn woning en uit deze verklaring het tegendeel zou volgen, had eiser naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldaan aan de op hem rustende bewijslast. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat eiser het tegendeel niet aannemelijk heeft gemaakt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt in redelijkheid niet in te zien dat met een sluiting van de woning per 17 juli 2017 voor een periode van drie maanden nog wordt tegemoetgekomen aan de doelstellingen, zoals deze in de beleidsregel zijn opgenomen. Desgevraagd verklaarde de gemachtigde van verweerder ter zitting niet te weten of zich sinds 15 november 2016 nog incidenten hebben voorgedaan in of rondom de woning. Tegenover het algemene belang – waarvan de voorzieningenrechter in redelijkheid niet inziet dat dit thans nog wordt gediend – staat het individuele belang van eiser, zijn kinderen en de dieren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de gemeente Brunssum
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Brunssum
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
