ECLI:NL:RBLIM:2017:6616
Rechtbank Limburg · 07-07-2017 · zaaknummer 5719731 AZ VERZ 17-21
Inhoudsindicatie
Werknemer heeft door het regelmatig inleveren van aan (de opdrachtgevers van) werkgever toebehorend kopermateriaal en het niet-afdragen van de opbrengst daarvan zonder meer een verplichting uit de arbeidsovereenkomst geschonden en zich laakbaar jegens werkgever gedragen. Dergelijke gedragingen kunnen een dringende reden in de zin van art. 7:678 BW opleveren. In het onderhavige geval is zulks anders, mede gelet op de omstandigheden, waaronder de gedoogcultuur, althans algemene praktijk bij werkgever. De leidinggevende van werknemer was hiervan op de hoogte. Welke rol de leidinggevende hierin precies gespeeld heeft, is onduidelijk gebleven, maar vaststaat dat hij rechtstreeks betrokken was door dit jarenlang aan te zien en te gedogen. Het handelen van werknemer vormt grond voor beëindiging van de arbeidsrelatie tussen partijen. Er is geen sprake van een dringende reden voor een onverwijlde opzegging en evenmin van ernstig verwijtbaar handelen, maar het handelen van werknemer is wel te kwalificeren als verwijtbaar handelen in de zin van art. 7:669 lid 3 onder e BW.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
