Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLIM:2017:1386

Rechtbank Limburg · 15-02-2017 · zaaknummer C/03/222737 / HA ZA 16-383

Civiel recht; VerbintenissenrechtGepubliceerd 16-02-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

borgtocht, art. 7:858 lid 1 BW, geen maximumbedrag voor toekomstige verbintenissen. De borgtochtovereenkomst is op te splitsen aldus dat deze enerzijds ziet op een borg ten aanzien van de openstaande schulden op 16 december 2013 en anderzijds op een borg ten aanzien van schulden, ontstaan ná 16 december 2013. Vaststaat dat de hoofdschuldenaar betalingen heeft verricht die in mindering strekten op de op 16 december 2013 bestaande schulden, zodat het verweer dat die categorie schulden allemaal zijn voldaan slaagt en de borg om die reden hierop niet meer als zodanig is aan te spreken. Art. 7:858 BW strekt ter bescherming van de belangen van de particuliere borg: de omvang van het door hem aanvaarde risico moet voor de borg duidelijk zijn. De partijen zijn in de borgtochtovereenkomst geen maximumbedrag voor toekomstige verbintenissen overeengekomen. Conform HR 19 september 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BD5520) komt de rechtbank tot de conclusie dat de borgtochtovereenkomst ten aanzien van de toekomstige verbintenissen niet geldig is.

Partijen

  • [gedaagde]

    gedaagde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.