ECLI:NL:RBLIM:2017:12086
Rechtbank Limburg · 08-12-2017 · zaaknummer 03/659408-16
Inhoudsindicatie
Terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege bij een weigerende verdachte. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zijn ex-partner en haar destijds 2-jarige zoontje stelselmatig heeft mishandeld. Een gebroken arm levert in casu geen zwaar lichamelijk letsel op. Ondanks het feit dat verdachte als weigerende observandus wordt aangemerkt, concludeert de rechtbank op basis van de beschikbare informatie, waaronder oude rapportages en beschrijvingen van verdachte’s gedrag, dat verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten leed aan een persoonlijkheidsstoornis. Tevens stelt de rechtbank vast dat er een relatie is tussen de stoornis en de gepleegde feiten. De feiten kunnen hem daarom in verminderde mate aan worden toegerekend. Naar het oordeel van de rechtbank is het gezien de geconstateerde stoornis vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord dat verdachte onbehandeld terugkeert in de maatschappij. De rechtbank acht de kans op geweldsrecidive, die zich vanaf 2001 in diverse delicten (vooral huiselijk geweld) en in de nu bewezenverklaarde feiten heeft gemanifesteerd, onverminderd groot indien verdachte onbehandeld blijft. De rechtbank acht terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege daarom noodzakelijk. Naast de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
