ECLI:NL:RBLIM:2016:8974
Rechtbank Limburg · 06-10-2016 · zaaknummer 03/721826-14
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte een totaalbedrag van ruim € 145.000,- heeft gedeclareerd bij zijn toenmalige werkgever in verband met de beweerdelijke aanschaf van producten voor klanten van het bedrijf, terwijl deze producten nimmer zijn aangeschaft, waardoor de verdachte zich wederrechtelijk heeft bevoordeeld. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan oplichting. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte de verplichting op het wederrechtelijk verkregen voordeel terug te betalen, waarbij het – na verrekening van posten – (nog) gaat om een bedrag van ruim € 120.000,-.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
