ECLI:NL:RBLIM:2016:3769
Rechtbank Limburg · 01-04-2016 · zaaknummer C/03/217940 / KG ZA 16-100
Inhoudsindicatie
Vordering in kort geding tot schorsing van de executie van een ontruimingsvonnis, naast incidentele vordering in hoger beroep tot schorsing van het uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in eerste aanleg (artikel 351 Rv). Voorzieningenrechter oordeelt dat de wetgever niet heeft bepaald dat indien hoger beroep is ingesteld van een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, slechts de executie van dat vonnis kan worden geschorst of verboden door gebruik te maken van de mogelijkheid om in hoger beroep op de voet van artikel 351 Rv incidenteel de schorsing van de executie van dat vonnis te vorderen. Dat betekent dat in een dergelijk geval nog steeds de mogelijkheid bestaat in een procedure voor een voorzieningenrechter de schorsing of een verbod van de executie te vorderen en dat dan niet noodzakelijkerwijs in een procedure als de onderhavige de executie moet worden verboden of geschorst, ten einde te bewerkstelligen dat een inmiddels ingestelde vordering op de voet van artikel 351 Rv haar belang verliest. Dat recht om op de voet van artikel 351 Rv schorsing van de executie te vorderen zou illusoir worden, indien een vordering tot schorsing van de executie zonder meer zou (moeten) worden afgewezen met een beroep op het feit dat het vonnis waarvan de executie op handen is, uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en dat een op artikel 351 Rv gebaseerde vordering waarop nog niet is beslist daaraan niet in de weg kan staan. Hetgeen eiser in de procedure ex artikel 351 Rv aanvoert, wijkt naar de kern genomen niet af van hetgeen hij in deze procedure aanvoert ter onderbouwing van zijn vordering tot verbod van de executie op de voet van artikel 438 Rv, te weten dat er sprake is van juridische en feitelijke misslagen in het vonnis van de kantonrechter, dan wel dat de executie daarvan zal leiden tot een noodtoestand. Het komt de voorzieningenrechter hoogst aannemelijk voor dat het gerechtshof het vonnis van de kantonrechter in stand zal laten, zodat de vordering moet worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
- A.J.J. Kreutzkamp
- H.J. Heynen
- M.M. Bijker-Veen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
