Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026

ECLI:NL:RBLIM:2015:929

Rechtbank Limburg · 11-02-2015 · zaaknummer 3424840 CV EXPL 14-10025

Civiel rechtGepubliceerd 04-02-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Met succes in rechte aangevochten dwangbevel van bedrijfspensioenfonds (Bpf) wegens vermeende verplichting tot premiebetaling van ondernemer die slechts kort en zonder succes geprobeerd heeft een eigen patisserie met catering van de grond te krijgen. Hartpatiënt die aan huis (kleine keuken in woonappartement) iets om handen wilde hebben, niet beschikte over een bedrijfsruimte en geen personeel had. Inschrijving KvK duurde slechts van 29 juni 2007 tot 30 september 2009 (wegens vertrek - om gezondheidsredenen - naar Thailand). Inschrijving in handelsregister KvK zette Bpf in februari 2008 op zijn ‘spoor’, maar op het moment van actie was betrokkene al naar een ander adres verhuisd dan het adres dat bij inschrijving handelsregister opgegeven was. Onzorgvuldig optreden Bpf en incassogemachtigde uit zich met name in blindvaren op KvK-adres zonder GBA-controle, ook in perioden dat (blijkens GBA-uitdraai) ‘ondernemer’ elders woonde en zelfs bijna twee jaar in Thailand verbleef. Betrokkene zelf is van oordeel over e.e.a. steeds openheid van zaken gegeven te hebben (met name in brieven van oktober 2007 en september 2009 aan Bpf). Ongemotiveerde betwisting Bpf van ontvangst van die in rechte ingebrachte brieven. Zelfs het dwangbevel van juni 2014 is gericht aan het woonadres dat betrokkene al in december 2007 verliet. Bpf was wel bereid de premieclaim te laten vallen (al bij betekening van het dwangbevel in juli 2014). Bpf zag later in de dagvaardingsprocedure (geen ‘verzet’ in de zin van art. 143 Rv) ook af van alle renteaanspraken, maar handhaafde aanspraak op vergoeding van gemaakte ‘kosten’. Betrokken ex-ondernemer acht dit vooral vreemd omdat het hier (art. 6:96 lid 2 BW) om een accessoire vordering gaat, die iedere betekenis verliest door ‘creditering’ van de hoofdsom. Kosten zijn bovendien volstrekt nodeloos gemaakt. Mede omdat eigen Uitvoeringsreglement geen basis kan bieden voor kostenverhaal (de ondernemer was geen ‘werkgever’ in de zin van het reglement), kan ook beroep op dit reglement Bpf niet baten.

Advocaten

  • B.A. Hocks

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.