ECLI:NL:RBLIM:2015:5610
Rechtbank Limburg · 02-07-2015 · zaaknummer C-03-207009 - KG ZA 15-285
Inhoudsindicatie
Artikel 3:45 BW. Artikel 3:52 lid 1 sub c BW. De ontvanger beroept zich terecht op artikel 3:52 lid 1 sub c BW en stelt dat de mogelijkheid om op grond van artikel 3:45 BW de vernietiging van de (onverplichte) rechtshandelingen in te roepen is verjaard. De directeur groot aandeelhouder, die jurist, belastingkundige en destijds advocaat was, kende immers, althans behoorde te kennen, als bestuurder in 2010 alle ins en outs van de ondernemingen, zodat de verjaringstermijn is aangevangen op de dag na de betaling(en). Dat thans categorisch wordt ontkend dat hij kennis en inzicht had in de mogelijke consequenties voor (toekomstige) schuldeisers, omdat hij ‘slechts’ directeur en geen statutair of feitelijk bestuurder was, is ongeloofwaardig.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
