Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLIM:2015:3793

Rechtbank Limburg · 06-05-2015 · zaaknummer AWB - 14 _ 2861u

BestuursrechtGepubliceerd 06-05-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Trefwoorden: Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, geweldsmisdrijf, schennis van de eerbaarheid, zedenmisdrijf, minderjarige, volle toets, beroep ongegrond. Samenvatting: De rechtbank stelt voorop dat uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wsg door de rechtbank terughoudend moet worden getoetst, aangezien een beslissing over een uitkering uit het schadefonds berust op een discretionaire bevoegdheid van verweerster. Dit is anders voor wat betreft de beoordeling van de vraag of hetgeen eiser is overkomen gekwalificeerd kan worden als een geweldsmisdrijf, nu dit een toets is van een meer feitelijke en juridische aard. De rechtbank stelt allereerst vast dat de man die eiser heeft lastig gevallen ter zake is veroordeeld voor schennis van de eerbaarheid. De rechtbank stelt voorts vast dat geweld of dreigen met geweld geen onderdeel uitmaakt van de strafbaarstelling in artikel 239 van het WvS. Ook in de beschrijving van het gebeurde door eiser zelf en in de stukken, ziet de rechtbank geen aanleiding voor de conclusie dat sprake is geweest van fysiek geweld of van dreigen met geweld. Gelet hierop kan er enkel nog sprake zijn van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf in de zin van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wsg, indien de psychische druk die eiser gedurende het voorval heeft ervaren zodanig groot is geweest dat dit valt te kwalificeren als psychisch geweld. Naar het oordeel van de rechtbank dient de beoordeling van deze vraag (in enige mate) geobjectiveerd plaats te vinden, in die zin dat wordt geabstraheerd van de (overigens vooralsnog niet onderbouwde) consequenties van het gebeurde. Hoewel de jonge leeftijd van eiser maakt dat eerder een grote psychische druk moet worden aangenomen, heeft verweerster zich terecht op het standpunt gesteld dat dit, gelet op de onderhavige omstandigheden op zichzelf nog niet voldoende is voor het aannemen van geweld. Voorts heeft verweerster terecht in de aard van het misdrijf en de omstandigheden waaronder dit in casu is begaan, geen reden gezien om een geweldssituatie aanwezig te achten. Hierbij heeft verweerster terecht van belang geacht dat er geen sprake is geweest van fysiek contact tussen eiser en de dader en dat eiser geen enkele belemmering heeft ervaren toen hij ervoor koos om weg te gaan. Het voorval valt te kenschetsen als exhibitionisme of ‘potloodventerij’ en hierin ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het aannemen van een geweldsmisdrijf.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.