ECLI:NL:RBLIM:2015:3600
Rechtbank Limburg · 21-04-2015 · zaaknummer 03/203323 / HA RK 15-46
Inhoudsindicatie
De beslissing om al dan niet toepassing te geven aan artikel 46b van de Wet RO is een processuele beslissing, in beginsel geen grond voor wraking. Wrakingsverzoek in wezen ingegeven door incidenten in het verleden, (ook) in andere zaken, de gebrouilleerde verhoudingen tussen de advocaat en een aantal rechters van de rechtbank Limburg, en uit het gehele feitencomplex voortkomend wantrouwen aan de zijde van de advocaat. Met dat betoog is echter niet concreet gemaakt welke feiten en/of omstandigheden zouden moeten leiden tot een objectiveerbare vrees voor vooringenomenheid bij de behandeling van de onderhavige zaak betreffende verzoeker door de gewraakte rechters. De wrakingskamer is van oordeel dat het gevoel van verzoekers advocaat als proces-vertegenwoordiger te worden belemmerd en gecensureerd, met als gevolg dat zijn cliënt geen eerlijk proces krijgt, niet is terug te voeren op gedragingen, uitlatingen dan wel andere feiten en omstandigheden die moeten worden toegerekend aan de gewraakte rechters, individueel of in gezamenlijkheid.
Advocaten
- C.M.J. van den Acker
- M.B.T.G. Steeghs
- P.H.J. Frénay
- P.M.J. Graus
Officier van justitie
- D.J.M.M. Weymar
officier van justitie
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
