ECLI:NL:RBLIM:2015:2610
Rechtbank Limburg · 01-04-2015 · zaaknummer C/03/186784 / HA ZA 14-17
Inhoudsindicatie
Woningstichting verwijt ex-bestuurder (onder meer) dat deze onterecht vergoedingen heeft ontvangen ten laste van de stichting, privéuitgaven ten laste van de stichting heeft gebracht en als privépersoon op ontoelaatbare wijze betrokken is geweest bij onroerendgoedtransacties ten behoeve van de stichting. De voorganger van de ex-bestuurder worden vergelijkbare verwijten gemaakt. De rechtbank bespreekt het door beide gedaagden gevoerde niet-ontvankelijkheidsverweer, dat grotendeel is gebaseerd op artikel 6 EVRM (fair trial, equality of arms) en daarnaast op enkele fundamentele bepalingen in het Nederlandse burgerlijk procesrecht (waarheidsplicht, substantiëringsplicht). De rechtbank oordeelt dat geen reden bestaat om de woningstichting niet-ontvankelijk te verklaren, met name omdat de sanctie ‘niet-ontvankelijkheid’ geen passende reactie vormt op de door beide gedaagden gemaakte verwijten aan het adres van de woningstichting. De procedure wordt voortgezet met conclusies van repliek en dupliek. Voor een deel van de door gedaagden gemaakte verwijten geldt dat zij in het kader van het onderwerp ‘bewijs’ opnieuw aan de orde kunnen komen.
Advocaten
- A.J.L.J. Pfeil
- P. Caris
- R.H.M. Wagemans
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
