Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLIM:2015:11150

Rechtbank Limburg · 31-12-2015 · zaaknummer AWB - 15 _ 1810u

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 29-12-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De onderhavige zaak gaat over de vraag of verweerder bevoegd is een legesaanslag op te leggen in de situatie dat er geen bestemmingsplan is door het vervallen van rechtswege van een zogenoemd Plan op Hoofdlijnen. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder op grond van artikel 3.1, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) niet bevoegd was om die aanslag op te leggen. De rechtbank overweegt dat de wetgever het blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 3.1 van de Wro niet langer maatschappelijk verantwoord acht dat bestemmingsplannen jaren achtereen onveranderd blijven zonder dat deze aan de gewenste, en vaak ook al lang daadwerkelijk verwezenlijkte situatie worden aangepast. Deze situatie doet zich in de onderhavige zaak, waar het bestemmingsplan is vervallen en dus geen rechtskracht meer heeft, niet voor. De evidente bedoeling van de bepalingen van artikel 3.1 in onderlinge samenhang bezien is blijkens de voormelde wetsgeschiedenis echter dat voorkomen moet worden dat er een planologisch regime ontbreekt dan wel gedurende lange tijd sprake is van het achterwege blijven van een beoordeling of er al dan niet een discrepantie is tussen gewenste en vaak ook al daadwerkelijk gerealiseerde situaties en het plekke geldende planologische regime. Derhalve is naar het oordeel van de rechtbank ook evident dat indien er sprake is van het vervallen van een eerder geldend planologisch regime en het in strijd met het bepaalde in artikel 3.1, eerste lid, van de Wro niet tijdig vaststellen van een nieuw planologisch regime, de sanctie van het vierde lid ook op die situatie van toepassing dient te zijn. Artikel 3.1, vierde lid, van de Wro moet naar analogie worden toegepast op de onderhavige meer verstrekkende situatie waarin er in zijn geheel geen planologisch regime meer geldt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder niet bevoegd was om aan eiseres een legesaanslag op te leggen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de gemeente Heerlen

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de gemeente Heerlen

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.