ECLI:NL:RBLIM:2015:1115
Rechtbank Limburg · 11-02-2015 · zaaknummer K-04-3647838-AZ-14-361
Inhoudsindicatie
Verzoek van de werknemer tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tijdens UWV-procedure afgewezen. Van Hooff Elektra-doctrine strikt genomen niet van toepassing, maar gelet op het feit dat de verstoring in de arbeidsrelatie eerst is ontstaan nadat voor de werknemer kenbaar was geworden dat de werkgever het dienstverband wenst te beëindigen, kan de kantonrechter niet anders concluderen dan dat het de werknemer thans enkel te doen is om een hogere beëindigingsvergoeding te verkrijgen. Het verzoek zal dus moeten worden afgewezen vanwege het ontbreken van een gegronde reden daartoe. Het tegenverzoek van de werkgever is gedaan onder de voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst niet reeds zal eindigen door middel van opzegging na verkregen toestemming van het UWV. De kantonrechter is van oordeel dat het uitspreken van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder deze voorwaarde niet mogelijk is, omdat een dergelijke voorwaarde in strijd komt met het stelsel van het ontslagrecht en van de ontbindingsprocedure in het bijzonder. Tegenverzoek eveneens afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
