ECLI:NL:RBLIM:2014:7865
Rechtbank Limburg · 12-09-2014 · zaaknummer AWB-14_505u
Inhoudsindicatie
In geschil is het niet toekennen van zakelijke werking aan de opgelegde last onder dwangsom op grond van artikel 5.18 van de Wabo. De rechtbank stelt voorop dat zij geen aanleiding ziet verweerder te volgen in zijn standpunt dat eiser niet voldoet aan het relativiteitsvereiste. Nu een pand dat in gebruik is als woning, niet zijnde een bedrijfswoning, mogelijk belemmerend kan werken voor het naastgelegen glastuinbouwbedrijf van eiser, heeft eiser belang bij het aanvechten van het strijdige gebruik en het bewerkstelligen van normconform gebruik en daarmee tevens bij het toekennen van zakelijke werking aan de last onder dwangsom. Nu sprake is van een discretionaire bevoegdheid van verweerder en uit de Memorie van Toelichting bij dit artikel blijkt dat het toekennen van zakelijke werking vooral aangewezen is bij overtredingen van de bouwregelgeving die betrekking hebben op de staat van een bouwwerk, in welk geval de overtreding na eigendomsoverdracht blijft bestaan, is de rechtbank van oordeel dat verweerder in het onderhavige geval, waar geen sprake is van een overtreding die verband houdt met de staat van het pand, in redelijkheid niet heeft hoeven overgaan tot het toekennen van zakelijke werking aan de last. Hierbij acht de rechtbank van belang dat verweerder kan worden gevolgd in zijn standpunt dat er geen aanwijzingen zijn dat het pand van eigenaar zal gaan wisselen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
