Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLIM:2014:3148

Rechtbank Limburg · 02-04-2014 · zaaknummer AWB-13_1911u

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 02-04-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Op 1 december 2011 is X in het familiegraf begraven. Voor het begraven alsmede voor het verlenen van een uitsluitend huurrecht voor een periode van twintig jaar is een legesaanslag opgelegd. Van deze aanslag houdt enkel het deel dat ziet op de verlening van het huurrecht partijen verdeeld. Eiser is van mening dat, nu sprake is van een geldend grafrecht en niet is gebleken dat na de aankoop hiervan een aanvullend vorderingsrecht in het leven is geroepen, verweerder niet bevoegd is een (aanvullende) legesaanslag voor het huurrecht op te leggen. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat in 1936 op het betreffende graf een eeuwigdurend uitsluitend grafrecht is gevestigd en dit grafrecht in 1972 is overgenomen naar de nieuwe begraafplaats. Dat daarbij de duur van het grafrecht is beperkt tot 100 jaar, is, nu die termijn nog niet is geëindigd, voor de onderhavige zaak niet relevant. Partijen houdt verdeeld de inhoud van het in 1936 gevestigde uitsluitende grafrecht. Hoewel de betreffende grafakte of overeenkomst uit 1936 niet is overgelegd, acht de rechtbank door eiser voldoende aannemelijk gemaakt dat deze akte of overeenkomst uit 1936 verweerder niet de mogelijkheid biedt om bij het begraven van overledenen in het betreffende graf (aanvullend) grafrechten te heffen. De rechtbank verwijst hiertoe naar de door eiser overgelegde stukken die zien op de overname van het grafrecht naar de nieuwe gemeentelijke begraafplaats. In deze uit 1989 daterende stukken van de Afdeling Burgerzaken van de gemeente worden de consequenties van het vaststellen van de eeuwigdurende termijn op 100 jaar besproken. Geconcludeerd wordt dat het hanteren van een termijn van 100 jaar grafrechten voor de gemeente een derving van inkomsten van circa fl. 20.000,= betekent. Met andere woorden, het is voor de gemeente over een periode van 50 extra jaren niet mogelijk grafrechten over het betreffende graf te heffen. Dat destijds niet is overeengekomen dat aanvullend grafrechten mogen worden geheven bij een volgende bijzetting, wordt bevestigd doordat in het betreffende familiegraf na 1936 nog drie familieleden zijn begraven zonder dat is gebleken dat aanvullend grafrechten zijn geheven. De van toepassing zijnde verordening lijkbezorgingsrechten 2011 biedt daarnaast geen grondslag voor het ten aanzien van een (familie)graf, waar al een “eeuwigdurend” uitsluitend grafrecht op is gevestigd en waarin al meer dan de thans toegestane twee personen zijn begraven, aanvullend heffen van grafrechten. Gelet op vorenstaande overwegingen is het beroep gegrond

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de gemeente Venray

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de gemeente Venray

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.