ECLI:NL:RBLIM:2014:2991
Rechtbank Limburg · 26-03-2014 · zaaknummer 2550348 CV EXPL 13-4653
Inhoudsindicatie
‘Loon’vordering van alfahulp niet gericht tegen de diverse particuliere opdrachtgevers, maar tegen bemiddelingsbureau. Vordering zag zowel op het niet in acht nemen van wettelijke opzegtermijnen bij stopzetting van de huishoudelijke diensten als op een aantal onbetaald gebleven uren voor dagen waarop de alfahulp om verschillende redenen niet door de particulieren tewerkgesteld is. Omdat bemiddelingsbureau uitdrukkelijk niet als ‘werkgever’ aangesproken wordt (zoals wel gebeurde in een zaak die uitmondde in een arrest van Hof Arnhem-Leeuwarden van 5 november 2013), komt de kantonrechter niet toe aan een toetsing aan de eisen van art. 7:610 BW noch - daaruit voortvloeiend - aan de voor de vordering zelf relevante artikelen van Boek 7 Titel 10 BW. De bemiddelingsovereenkomst zelf waarop de alfahulp zich (uitsluitend) beroept, eventueel aangevuld door het algemene overeenkomstenrecht (maar uitdrukkelijk niet door art. 6:162 BW omdat eisende partij daar afstand van neemt), biedt onvoldoende aanknopingspunten voor toewijzing van de vorderingen of zelfs maar een deel daarvan. Een door het bemiddelingsbureau ingestelde - maar totaal niet onderbouwde - tegenvordering (verbod tot het doen van publieke uitlatingen) sneuvelt eveneens bij gebrek aan feitelijke grondslag.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
