Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLIM:2014:10913

Rechtbank Limburg · 17-12-2014 · zaaknummer AWB - 14 _ 2572u

BestuursrechtGepubliceerd 16-12-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Omdat het verweerder is gebleken dat de inkomsten die eiser heeft genoten over de periode 1 november 2011 tot 1 april 2014 hoger zijn geweest dan bij verweerder bekend, heeft verweerder het recht op WAO-uitkering over die periode herzien en het als gevolg daarvan ten onrechte ontvangen bedrag aan uitkering van € 5.582,83 teruggevorderd. Tevens heeft verweerder ter hoogte van dat bedrag een boete opgelegd aan eiser, omdat er in de visie van verweerder sprake is van schending van de inlichtingenplicht. Ter zitting heeft verweerders gemachtigde onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 november 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:3754) naar voren gebracht dat erkend wordt dat de opgelegde boete rechtens niet langer zonder meer houdbaar is. Voor zover de boete ziet op de periode vóór 1 januari 2013 dient deze bij nader inzien bepaald te worden op 10% van het benadelingsbedrag. Voor zover de boete ziet op de periode ná 1 januari 2013 is een boete van 75% van het benadelingsbedrag in de visie van verweerder gepast. Beroep gegrond. Toepassing artikel 8:72a Awb. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt ter zitting dat een boete van 10% over de periode voor 1 januari 2013 passend is. In verband met de overtreding van de inlichtingenverplichting in de periode van 1 januari 2013 tot 1 april 2014 is de rechtbank met verweerder van oordeel dat geen opzet is aangetoond, maar dat wel sprake is van grove schuld. Eiser had redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat zijn gedrag tot gevolg kon hebben dat een te hoog bedrag aan uitkering zou kunnen worden toegekend. De boete voor overtreding van de inlichtingenverplichting in die periode zou dan in beginsel moeten worden vastgesteld op 75%.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.