ECLI:NL:RBLIM:2014:10451
Rechtbank Limburg · 03-12-2014 · zaaknummer 03/703494-10
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] en de wederrechtelijke vrijheidsberoving van die [slachtoffer]. Vermoedelijk vanwege de vermeende betrokkenheid van [slachtoffer] bij de diefstal van een scooter zijn verdachte en zijn mededaders naar de woning van het slachtoffer gereden. Toen de voordeur van de woning werd opengedaan, liepen verdachte en zijn mededaders op [slachtoffer] af. [slachtoffer] werd in de woning geschopt, geslagen en van de keldertrap afgeduwd. Vervolgens werd [slachtoffer] met geweld de woning uitgesleurd en in de auto van de daders geplaatst, waarna de auto met daarin de daders en [slachtoffer] is weggereden. Gedurende de autorit kreeg [slachtoffer] vele klappen van alle verdachten. Ook werd een kabel om de nek van [slachtoffer] gebonden en werd zijn hoofd door het trekken aan de kabel omlaag gehouden. De autorit eindigde in Sittard bij een carwash, alwaar [slachtoffer] door de daders ontredderd werd achtergelaten. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het belang van normbevestiging, acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren passend. In strafverzwarende zin neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte, door zich consequent op zijn zwijgrecht te beroepen, niet heeft laten zien dat hij inmiddels beseft dat zijn gedrag volstrekt onaanvaardbaar is. De rechtbank heeft onder 3.3 vastgesteld dat het in artikel 59a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering vervatte voorschrift niet is nageleefd. Verdachte is als gevolg hiervan drie dagen zonder rechtsgeldige titel van zijn vrijheid beroofd geweest. Aan dit verzuim zal de rechtbank de consequentie van strafvermindering verbinden. De rechtbank zal, gelet op de aard en ernst van het verzuim en het belang van het geschonden voorschrift, een strafkorting toepassen van 3 maanden gevangenisstraf. De rechtbank zal de forse overschrijding van de redelijke termijn compenseren door een strafkorting toe te passen van 6 maanden. Alles overziend acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden. Gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten valt deze straf - in vergelijking met hetgeen de officier van justitie bewezen acht en de straf die hij op grond daarvan heeft geëist - hoger uit dan de eis van de officier van justitie.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
