ECLI:NL:RBLIM:2014:10343
Rechtbank Limburg · 01-12-2014 · zaaknummer 03/700374-14
Inhoudsindicatie
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van een van de ten laste gelegde feiten, omdat verdachte ter zake van dat feit geen afstand heeft gedaan van de rechten die hij aan het specialiteitsbeginsel ontleent en de officier van justitie verdachte toch ter zake van dat feit heeft vervolgd. De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 19 juni 2014 in Maastricht heroïne heeft verkocht en vervoerd. Toen de politie hem staande wilde houden, heeft hij een van de verbalisanten bedreigd door met zijn auto op hem in te rijden. De ten laste gelegde poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling van deze verbalisant acht de rechtbank niet bewezen, nu zij niet met een voldoende mate van zekerheid kan vaststellen met welke snelheid verdachte op de verbalisant is ingereden en hoe deze persoon gesitueerd stond ten opzichte van de auto van verdachte. Daarna is verdachte met hoge snelheid en steeds hogere snelheid met zijn auto op het dienstvoertuig van een andere verbalisant ingereden. De rechtbank kwalificeert dit als een poging tot zware mishandeling, omdat zij de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel groter acht dan de kans op het overlijden van deze verbalisant. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden.
Advocaten
- S. Raza
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
