ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ9552
Rechtbank Limburg · 13-02-2013 · zaaknummer 03/700318-09
Inhoudsindicatie
De verdediging heeft verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de volgende punten, al dan niet in onderlinge samenhang bezien: a) niet verricht onderzoek: het ontbreken van onderzoek naar andere personen en het niet onderzoeken van gegevens, b) overschrijding van de redelijke termijn, c) de start van het onderzoek en de tapgesprekken: onder meer het ontbreken van genoegzame verslaglegging met betrekking tot de loop en de grondslag van de verdenking, d) onrechtmatige observatie en e) ondeugdelijke stemherkenning. De rechtbank verwerpt deze verweren. In dit verband komen onder meer aan de orde: HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376 (standaardarrest vormverzuimen), HR 7 mei 1996, NJ 1996, 687 (Dev Sol-arrest), het huidige artikel 149a van het Wetboek van Strafvordering, HR 17 juni 2008, LJN BD2578 (overzichtsarrest berechting binnen redelijke termijn). Voorts komt aan de orde EHRM 10 juli 2012 inzake Vidgen tegen Nederland, NJ 2012, 649. De rechtbank spreekt verdachte vrij van de in- en uitvoer van diverse hard- en softdrugs en van deelname aan een criminele organisatie ex artikel 11a van de Opiumwet. De rechtbank veroordeelt verdachte voor de opzettelijke verkoop van cocaïne (feit 1 subsidiair) en hasjiesj (feit 2 subsidiair) tot een gevangenisstraf van 2 maanden.
Advocaten
- I.N. Weski
Officier van justitie
- B.G. Janssen
officier van justitie
- M. El Jerrari
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
