ECLI:NL:RBLIM:2013:7439
Rechtbank Limburg · 07-08-2013 · zaaknummer 2188969 CV EXPL 13-2715
Inhoudsindicatie
CZ is als ziektekostenverzekeraaar 'repeatplayer' in kantonzaken, maar vindt het niet altijd (eigenlijk zelfs heel vaak) niet nodig haar vordering jegens een verzekerde (of onderdelen daarvan) van een deugdelijke feitelijke grondslag te voorzien. Dat kan onder omstandigheden, zeker als ook de schending van de artikelen 21, 85 en 111 lid 3 Rv in de overwegingen betrokken wordt, tot afwijzing van een of meer nevenvorderingen leiden ondanks toewijsbaarheid van de hoofdvordering. En zelfs tot compensatie van (vooralsnog niet opportuun aangewende) proceskosten. Onder omstandigheden als in deze zaak aan de orde laat de kantonrechter het om proceseconomische redenen niet eens op een door CZ bij voorbaat overbodig/onwenselijk verklaarde comparitie van partijen noch op een tweede schriftelijke debatronde aankomen en doet hij de zaak na antwoord definitief af.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
