ECLI:NL:RBLIM:2013:5480
Rechtbank Limburg · 11-09-2013 · zaaknummer 514095 CV EXPL 13-806
Inhoudsindicatie
Partijen hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De redenering van eiser dat deze overeenkomst alle elementen van art. 7:610 lid 1 BW bevat en dat daarom (in de praktijk) sprake is van een arbeidsovereenkomst, wordt door de kantonrechter gevolgd. De vordering van eiser tot betaling van loon over augustus 2012 wordt desondanks afgewezen, omdat deze juridisch en feitelijk onvoldoende is onderbouwd: eiser heeft namelijk onvoldoende weersproken de stelling van gedaagde dat eiser in maart 2012 een bedrag van de rekening van gedaagde heeft opgenomen ten aanzien waarvan partijen hebben afgesproken dat dit verdeeld over zes maanden gebruteerd zal worden en dat eiser op die manier "het netto bedrag" over augustus 2012 al (eerder) ontvangen heeft.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
