ECLI:NL:RBLIM:2013:4521
Rechtbank Limburg · 15-07-2013 · zaaknummer C/03/181518/KG ZA 13-252
Inhoudsindicatie
Binnen het bestek van dit kort geding is genoegzaam gebleken dat gedaagde zich - naar Belgisch recht - schuldig maakt aan onrechtmatig handelen jegens eiseres. De vraag rijst vervolgens of het de Nederlandse (voorzieningen)rechter vrij staat een veroordeling uit te spreken die uitstrekt tot handelingen en/of gedragingen buiten het Nederlandse grondgebied. Het gevorderde verbod heeft immers een grensoverschrijdend karakter aangezien de containers van eiseres zich allen bevinden op Belgisch grondgebied. Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar arresten van de Hoge Raad van 24 november 1989 (LJN AD0964) en 19 maart 2004 (LJN AO0903). Deze zaken zijn gewezen in de context van het intellectuele eigendomsrecht. Het door eiseres gevorderde verbod heeft geen betrekking op “aantasting van intellectuele eigendomsrechten en ongeoorloofde mededinging in meer landen of grensoverschrijdende milieuvervuiling”. Onder die omstandigheden acht de voorzieningenrechter een terughoudende opstelling op zijn plaats en zal het gevorderde verbod slechts worden toegewezen voor zover de handelingen van gedaagde plaatsvinden op Nederlands grondgebied.
Rechters
Advocaten
- I.M. Etman
- J.J.H.S. Thomassen
- M.W. Renzen
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
