ECLI:NL:RBLEE:2012:BW9973
Rechtbank Leeuwarden · 29-06-2012 · zaaknummer 17/885141-12 VON
Inhoudsindicatie
Voor schuld als bedoeld in artikel 307 Wetboek van Strafrecht (Sr.) moet sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. De rechtbank dient in dat kader de vraag te beantwoorden of verdachte anders moest en kon handelen. Naar het oordeel van de rechtbank kon onder deze omstandigheden niet van verdachte worden gevergd dat hij anders zou handelen nadat het slachtoffer en een medeverdachte zijn woning hadden verlaten. In het bijzonder is de rechtbank van oordeel dat de zorgplicht van verdachte met betrekking tot het welzijn van het slachtoffer was afgelopen op het moment dat het slachtoffer samen met een medeverdachte zijn woning verliet. Niet kan worden gezegd dat verdachte een zodanig strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt dat dit schuld oplevert in de zin van artikel 307 Sr. Verdachte wordt vrijgesproken. De zaken tegen de twee medeverdachten worden op een nader te bepalen zitting hervat. De rechtbank heeft in die zaken geconcludeerd dat zij zich nog niet voldoende voorgelicht acht over de doodsoorzaak van het slachtoffer en acht het derhalve wenselijk om twee deskundigen nader vragen te stellen omtrent hun rapportages.
Advocaten
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
