ECLI:NL:RBLEE:2006:AV0796
Rechtbank Leeuwarden · 26-01-2006 · zaaknummer 05/450
Inhoudsindicatie
Verrekening van voorlopige aanslagen. Eiser komt op tegen de naar zijn mening onjuiste verrekening van een tweetal eerdere voorlopige aanslagen bij het vaststellen van een tweetal nadere voorlopige aanslagen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiser terecht ontvangen in zijn bezwaar, aangezien artikel 23, eerste lid, AWR de mogelijkheid van bezwaar opent tegen een (nadere) voorlopige aanslag, terwijl artikel 23, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelasting 1994 (hierna: URAWR) verweerder verplicht bij een nadere voorlopige aanslag de reeds opgelegde voorlopige aanslagen te verrekenen. Uit artikel 13, eerste lid, AWR en artikel 23, eerste lid, van de URAWR volgt dat, indien een voorlopige aanslag is verminderd, die aanslag slechts tot het verminderde belastingbedrag in aanmerking komt voor verrekening op de voet van artikel 23, eerste lid, van de URAWR. De rechtbank overweegt dat het ambtshalve karakter van de in artikel 65 AWR neergelegde bevoegdheid verhindert dat tegen een door verweerder verleende vermindering in rechte wordt opgekomen. Naar het oordeel van de rechtbank belet dat ambtshalve karakter tevens dat de rechtmatigheid van een dergelijke vermindering in beroep door de rechter wordt beoordeeld.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
