ECLI:NL:RBLEE:2001:AD8040
Rechtbank Leeuwarden · 16-11-2001 · zaaknummer 01/26 WSFBSF
Inhoudsindicatie
Anders dan het College van Beroep studiefinanciering is de rechtbank van oordeel dat art. 4:6 Awb het bestuursorgaan niet de ruimte biedt om een beleid te hanteren, dat binnen twee jaar na de vorige beslissing moet zijn verzocht om daarop terug te komen. Weigering om terug te komen op de rechtens onaantastbaar geworden beslissing om eiseres per 1 november 1996 aan te merken als thuiswonende en op de daarmee verband houdende terugvordering van teveel betaalde studiefinanciering. Verweerster heeft gesteld dat op grond van de Awb als vereiste geldt dat er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, terwijl - overeenkomstig het beleid van verweerder - het verzoek bovendien binnen een redelijke termijn moet worden gedaan, dat wil zeggen binnen twee jaar nadat het bestreden besluit is bekendgemaakt of de betrokkene anderszins bekend was of had kunnen zijn. Verweerster heeft haar weigering gebaseerd op de overweging dat eiseres niet binnen twee jaar haar verzoek heeft ingediend. Vorengenoemd beleid is door het College van beroep studiefinanciering in haar jurisprudentie gesanctioneerd, in die zin dat het geenszins onaanvaardbaar is geacht. Vanaf 1 januari 2001 is het College opgeheven en is de rechtbank bevoegd in eerste aanleg en de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep. Daarmee is voor een beoordeling van besluiten als het onderhavige met name de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep van belang geworden. Verweerster heeft in het onderhavige geval noch een beslissing op grond van art. 4:6 Awb genomen, noch is verweerster gekomen tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek van eiseres om op de eerdere rechtens onaantastbare beslissing terug te komen. Verweerster heeft volstaan met de vaststelling dat eiseres niet binnen twee jaren na de vorige beslissing heeft verzocht om daarop terug te komen, en heeft op die grond het verzoek afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat voor dat beleidsuitgangspunt geen wettelijke basis voorhanden is in de Awb of de WSF. De in het tweede lid van art. 4:6 neergelegde bevoegdheid om de aanvraag af te wijzen bij het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden, biedt het bestuursorgaan naar het oordeel van de rechtbank niet de ruimte, om een dergelijk beleid te hanteren. Bestreden besluit vernietigd, omdat het niet berust op een deugdelijke motivering. De Informatie Beheer Groep, verweerder. mr. A.T. de Kwaasteniet
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
