ECLI:NL:RBLEE:2001:AB1801
Rechtbank Leeuwarden · 17-05-2001 · zaaknummer 01/380 HUISV
Inhoudsindicatie
Ambtshalve inschrijving in leegstandsregister is een op rechtsgevolg gericht besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb. Afwijzing van verzoek om huisvestingsvergunning. Mededeling in bestreden besluit, dat de woonruimte ambtshalve in het leegstandsregister is ingeschreven. President: Het bestreden besluit, te weten de mededeling op grond van art. 2.7.2 lid 3 verordening dat de woning ambtshalve door verweerder in het leegstandsregister is ingeschreven, dient als een op rechtsgevolg gericht besluit in de zin van art. 1:3 Awb te worden beschouwd zodat daartegen bezwaar openstond. Bestuursbeslissingen, die een tussenschakel vormen in een proces dat uiteindelijk tot een besluit leidt, kunnen als (zelfstandige) rechtshandeling worden aangemerkt indien zij procedureel of inhoudelijk bepalend kunnen zijn voor de uiteindelijke besluitvorming. Dat is bijvoorbeeld het geval als de beslissing fungeert als een noodzakelijke tussenschakel tot het uiteindelijke bestuursbesluit. Daarbij geldt wel als randvoorwaarde dat de betreffende beslissing niet meer effectief in de procedure aangaande de eindbeslissing aan de orde kan worden gesteld. Niet relevant in dat verband is of de tussenbeslissing zelf op rechtsgevolg is gericht. Volgens verweerder kan de ambtshalve inschrijving in de voordracht- en vorderingsprocedure alsnog aan de orde komen. De President heeft voor deze opvatting echter geen steun kunnen vinden in de Huisvestingswet dan wel de verordening, aangezien op geen enkele wijze blijkt dat in de genoemde procedure alsnog de ambtshalve inschrijving in het leegstandsregister ter discussie kan worden gesteld en het derhalve nog maar de vraag is of er nog teruggekomen kan worden op deze inschrijving. Daarnaast oordeelt de President dat de inschrijving in het leegstandsregister gericht is op rechtsgevolg, daar ten gevolge van deze inschrijving conform art. 2.7.3 verordening een voordracht tot verhuring van de woonruimte door verweerder kan worden uitgebracht en vervolgens de woonruimte conform art. 2.7.4 in samenhang met het Besluit aanbieding woonruimte van 20 juni 1994 kan worden aangeboden aan woningzoekenden. Het college van burgemeester en wethouders van Terschelling, verweerder. mr. D.J. Keur (president)
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- G. Martens
- M.A. Dekker
- W.E.M. Klostermann
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Terschelling
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Terschelling
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
