Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0916

Rechtbank Leeuwarden · 21-03-2001 · zaaknummer 40248 HA/ZA 00/405

Bestuursrecht; Civiel rechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Invordering verbeurde dwangsom terwijl de in geding zijnde gedragingen niet langer als overtredingen kunnen worden aangemerkt, is in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Aanschrijvingen om binnen twee maanden een gedeeltelijk gerealiseerd bouwwerk, puin-, bouw en sloopafval te verwijderen bij gebreke waarvan een dwangsom wordt verbeurd. Nadat was geconstateerd dat geen gevolg is gegeven aan de aanschrijvingen heeft geopposeerde bericht dat de dwangsommen verschuldigd zijn geworden. De stichting heeft bezwaar en beroep ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een drietal lasten onder dwangsom. Zij heeft derhalve gebruik gemaakt van een met voldoende waarborgen omklede administratiefrechtelijke rechtsgang. Nu de bestuursrechter niet is overgegaan tot vernietiging van de dwangsombeschikking, dient de burgerlijke rechter ervan uit te gaan dat dat besluit zowel wat zijn wijze van totstandkomen als wat zijn inhoud betreft in overeenstemming is met de desbetreffende wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen. Als vaststaand moet worden aangenomen dat de stichting niet heeft voldaan aan de aanschrijvingen van de gemeente. De gemeente is daarom in beginsel gerechtigd om de verbeurde dwangsommen bij dwangbevel in te vorderen. Alleen in geval van (zeer) bijzondere omstandigheden kan de gemeente dit recht worden ontzegd. Het opleggen van een dwangsom moet immers worden beschouwd als een prikkel om een overtreding te beëindigen. Daarmee zou niet in overeenstemming zijn dat, nadat de dwangsommen verschuldigd zijn geworden, van de invordering wordt afgezien. Dit neemt echter niet weg dat een bestuursorgaan een bevoegdheid die hem krachtens het burgerlijk recht toekomt, niet mag uitoefenen in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. Tussen partijen is niet in geschil dat door het verlenen van de bouwvergunning de eerder zonder vergunning verrichte bouwwerkzaamheden alsmede de aanwezigheid van het afval en de bouwmaterialen alsnog gelegaliseerd zijn, zodat de stichting -wat betreft deze onderdelen- niet langer gehouden is om uitvoering te geven aan de last. Volgens vaste jurisprudentie heeft het opleggen van een last onder dwangsom een reparatoir karakter. De last heeft het oogmerk de overtreding te (doen) beëindigen en is niet bedoeld om leed toe te voegen. In een situatie als deze wordt de opgelegde sanctie echter punitief van aard. Immers, de invordering vindt plaats terwijl de in geding zijnde gedragingen niet langer als overtredingen kunnen worden aangemerkt. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het handelen van de gemeente in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in art. 3:4, tweede lid Awb omdat het gevolg van de invordering onevenredig is in verhouding tot het met de dwangsombeschikking beoogde doel. Vordering toegewezen. Gemeente Ooststellingwerf, geopposeerde. mr. C.M. Telman

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.