Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBLEE:2000:AA6372

Rechtbank Leeuwarden · 28-04-2000 · zaaknummer 98/909 WAO

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bij de vraag of art. 43a WAO moet worden toegepast, ook indien er geen sprake is van een relevante medische verslechtering, dient een arbeidskundige beoordeling plaats te vinden. Weigering om eiseres in aanmerking te brengen voor een WAO-uitkering, omdat de (toegenomen) arbeidsongeschiktheid niet voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak. Rb.: Onder verwijzing naar de mededeling 96.93B van 21 juni 1996 van het voormalige Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming (Tica), inhoudende een Beleidsadvies toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde oorzaak (hierna: de Tica-mededeling) is onder meer aangegeven dat de verzekeringsarts aannemelijk maakt "of de mogelijkheden van de cliënt om te functioneren sedert het laatste onderzoek duidelijk afgenomen zijn. Indien dit niet het geval is, kan de beoordeling met die conclusie afgesloten worden. Wanneer de mogelijkheden wél afgenomen zijn, beoordeelt de verzekeringsarts of dit in overwegende mate voortvloeit uit dezelfde oorzaken als de oorspronkelijke (….). Indien hij tot de conclusie komt dat overwegend andere oorzaken een rol spelen, kan de beoordeling met die conclusie afgesloten worden." Uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep m.b.t. de toepassing van art. 37 WAO, een artikel dat net als art. 43a WAO ziet op verhoging (zij het eerst na een wachttijd van 52 weken) van de uitkering bij toegenomen arbeidsongeschiktheid, blijkt dat ook indien er geen sprake is van een relevante verslechtering van de toestand van een betrokkene in medisch opzicht, gelet op de omschrijving van het arbeidsongeschiktheidsbegrip in art. 18 WAO, een arbeidskundige beoordeling zal moeten plaatsvinden. Het gaat dan m.n. om de vraag of de in het verleden passend geachte functies of soortgelijke functies nog aanwijsbaar zijn en welke resterende verdiencapaciteit aan de in aanmerking komende functies kan worden ontleend. Voorts zal ook aandacht moeten worden besteed aan de vraag of het maatmanloon moet worden aangepast. De Rb. verwijst onder meer naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 augustus 1992, gepubliceerd in RSV 1993/158. De Rb. ziet niet in waarom bij de vraag of art. 43a WAO moet worden toegepast, indien er -zoals in het geval van eiseres- evenmin sprake is van een relevante medische verslechtering als bovenbedoeld, anders zou moeten worden gehandeld. Een arbeidskundige beoordeling per 29 augustus 1997 had dan ook niet achterwege mogen blijven. Namens verweerder zijn in de gedingstukken en ter zitting geen argumenten aangevoerd die de Rb. tot een ander oordeel hebben kunnen brengen. Bovengenoemde in de Tica-mededeling vervatte beleidsregel is dus in strijd met het arbeidsongeschiktheidscriterium, zoals neergelegd in art. 18 lid 1 WAO, zodat ook het bestreden besluit in strijd is met voornoemd artikel. Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), verweerder. mr. P.G. Wijtsma

Rechters

Advocaten

  • A.I. Damsma
  • J.W. Brouwer

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.