ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5101
Rechtbank Leeuwarden · 14-02-2000 · zaaknummer 98/627 WET, 98/742 WET, 98/743 WET
Inhoudsindicatie
1. Awb: Moeder geen, vader (zijnde degene aan wie zoon geslachtsnaam ontleent) wel belanghebbende bij besluit tot geslachtsnaamwijziging zoon. 2. Materieel: Wijze van invulling door verweerder van art. 4.3 Besluit houdende regels voor geslachtsnaamwijziging, niet onredelijk. 1. Zoon wenst gelet op negatieve associaties met geslachtsnaam (voortvloeiend uit door hem gestelde incestueuze verleden) geslachtsnaamwijziging. Verweerder heeft zijn positieve voornemen daartoe bekendgemaakt. Ouders hebben daartegen bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard. Tegen dit besluit is zowel door de ouders (ieder afzonderlijk) als de zoon beroep ingesteld. De Rb. overweegt dat gelet op art. 7, derde lid, van het besluit van 6 oktober 1997, houdende regels voor geslachtsnaamwijziging (Stb. 1997, 463) waarin is bepaald dat alleen degene aan wie de meerderjarige de geslachtsnaam ontleent, in de gelegenheid gesteld moet worden om te worden gehoord en gelet op het feit dat moeder en zoon verschillende geslachtsnamen hebben de moeder niet als belanghebbende dient te worden aangemerkt. In tegenstelling tot de vader wordt de moeder bij het primaire besluit niet rechtstreeks in haar belangen getroffen. 2. Afwijzing verzoek geslachtsnaamwijziging. Aanvankelijk wilde verweerder de aanvraag als bijzonder geval buiten de richtlijnen om voor inwilliging voordragen. Hiermee werd gedoeld op het met art. 4.3 van het Besluit overeenkomende art. 4.3 van de Richtlijnen voor geslachtnaamwijziging 1989 waarin was bepaald dat de geslachtsnaam van de meerderjarige kan worden gewijzigd, indien afwijzing van het verzoek de lichamelijke of geestelijke gezondheid van de betrokkene in ernstige mate zou schaden. Uit de toelichting op art. 4.3 van het Besluit blijkt dat in de praktijk die grond aldus wordt ingevuld dat uit een op schrift gestelde verklaring van een onafhankelijke ter zake deskundige blijkt hoe de verzoeker lijdt onder zijn huidige geslachtsnaam en of geslachtsnaamwijziging een bijdrage kan zijn ter verlichting of oplossing van de problemen. In deze gevallen wordt steeds vanwege het MvJ ter zake van de overgelegde verklaring ten minste een "second opinion" gevraagd. Voorts is verweerder van oordeel dat de wens van het meerderjarig kind centraal staat. De wijze waarop verweerder invulling geeft aan art. 4.3 van het Besluit komt de Rb. niet onredelijk voor. I.c. is niet komen vast te staan dat het door verzoeker overgelegde rapport afkomstig is van een onafhankelijke gedragsdeskundige. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid kunnen besluiten dat het verzoek om naamwijziging alsnog wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
- B.J.C. Pleiter
- E.A.M. Santen
- I.R. Feddema
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
