ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ9294
Rechtbank Haarlem · 06-07-2012 · zaaknummer 15/700123-12
Inhoudsindicatie
Promis; ontslag van alle rechtsvervolging; ongewenst vreemdeling. Uit de beschikking van 8 maart 2012 waarbij aan verdachte een inreisverbod is opgelegd blijkt dat de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel van oordeel is dat verdachte bij uitzetting naar Somalië een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, zoals bedoeld in artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De Minister heeft zich daarbij gebaseerd op het WBV 2011/13. Verdachte zal om die reden niet door de Nederlandse overheid worden uitgezet naar Somalië, aldus de beschikking van 8 maart 2012. In aansluiting hierop heeft de raadsvrouw van verdachte ter terechtzitting aangevoerd dat haar cliënt niet uitzetbaar is, niet naar Somalië en ook niet naar een ander land. Gelet op het bovenstaande en nu het bewezen verklaarde feit dateert van 21 februari 2012, en de situatie in Somalië alsdan niet anders zal zijn geweest, is de rechtbank van oordeel dat verdachte redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij op 21 februari 2012 als ongewenst vreemdeling in Nederland verbleef. De rechtbank acht verdachte dan ook niet strafbaar en zal hem te dier zake ontslaan van alle rechtsvervolging.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
