ECLI:NL:RBHAA:2012:BY4920
Rechtbank Haarlem · 30-11-2012 · zaaknummer AWB 12/4748
Inhoudsindicatie
Mededeling dat rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg van 4 oktober 2012 openbaar zal worden gemaakt. De voorzieningenrechter stelt voorop dat - ook in geval van een voorgenomen actieve openbaarmaking ingevolge art. 8, lid 1 van de Wob - het algemene belang van openbaarmaking afgewogen dient te worden tegen het belang van verzoekster geen onevenredig nadeel te lijden als gevolg van de openbaarmaking, waarbij volgens vaste jurisprudentie aan het algemeen belang een groot gewicht moet worden toegekend (ABRS, 10 november 2010, LJN BO3468). In de uitspraak van 7 september 2011, LJN BR6938, heeft de Afdeling voor deze belangenafweging relevant geacht dat de rapportage in neutrale bewoordingen was opgesteld. Ook achtte de Afdeling van belang dat het rapport de feitelijke bevindingen van het onderzoek bevatte. Daarnaast hechtte de Afdeling eraan dat de zienswijze van betrokkenen, indien zij inhoud en/of conclusie betwistten, in of bij het rapport werden opgenomen. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat een rapportage van de inspectie gezondheidszorg naar zijn aard niet neutraal is. Hij verwijst daartoe naar de Kwaliteitswet zorginstellingen (KWZ) die zorginstellingen verplicht hun eigen kwaliteit te bewaken, te beheersen en te verbeteren. Deze wet noemt vier kwaliteitseisen waaraan een instelling moet voldoen: verantwoorde zorg, op kwaliteit gericht beleid, het opzetten van een kwaliteitssysteem en het maken van een jaarverslag. Bij een onderzoek door de inspectie worden deze criteria getoetst. De conclusies die daaruit voortvloeien zullen – met name wanneer kritische kanttekeningen worden geplaatst – niet alleen in neutrale bewoordingen kunnen worden gesteld. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter brengt dit gegeven echter met zich dat er op verweerder een verantwoordelijkheid rust ten aanzien van de vraag of degenen op wier handelen de rapportage betrekking heeft, door publicatie van deze rapportage onevenredig kunnen worden benadeeld. In dat verband is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter van belang dat de zienswijze van betrokkenen in of bij het rapport wordt opgenomen. Ter zitting is naar voren gekomen dat verweerder niet bereid is de zienswijze van verzoekster op het rapport (op de daarin vermelde feiten en conclusies) in of bij het rapport mede openbaar te maken. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat daartoe geen noodzaak bestaat en dat verzoekster haar zienswijze op haar eigen website kan bekend maken. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter miskent verweerder daarmee de belangen van verzoekster hetgeen ertoe leidt dat verzoekster onevenredig nadeel kan lijden door publicatie van het rapport, nu de zienswijze van verzoekster over de bevindingen en de conclusies onvoldoende duidelijk naar voren komt. Schorst het besluit van 5 oktober 2012 tot drie weken na de beslissing op bezwaar;
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
