ECLI:NL:RBHAA:2012:BY2200
Rechtbank Haarlem · 10-10-2012 · zaaknummer 15/710167-11
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan twee personen, gevaarlijk rijgedrag en het verlaten van de plaats van een ongeval. Nadat verdachte in de supermarkt door een caissière in verband met een verdenking van winkeldiefstal was verzocht om de inhoud van haar tas ter controle aan te bieden, heeft verdachte na weigering daaraan mee te werken de winkel verlaten en is zij naar haar auto gegaan. Toen personeelsleden van de supermarkt wilden beletten dat verdachte er vandoor zou gaan en zij om de auto zijn gaan staan, is verdachte met hoge snelheid weggereden. Gevolg van het handelen van verdachte was dat een personeelslid van de supermarkt op de motorkap werd meegevoerd en een ander met zijn hand vast bleef zitten aan de portierskruk. Kort hierna heeft verdachte een verkeersongeval (eenzijdige aanrijding) veroorzaakt. Door het handelen van verdachte hebben twee personen aanzienlijke verwondingen opgelopen, welke verwondingen nog vele malen ernstiger hadden kunnen zijn. Dat de slachtoffers geruime tijd forse hinder hebben ondervonden en nog zullen ondervinden van hun verwondingen blijkt wel uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen, waarin zij tevens aangeven hoeveel impact het voorval op hun gevoel van veiligheid heeft gehad, hetgeen ook doorwerking vindt in de wijze waarop zij hun werk in de desbetreffende supermarkt sindsdien beleven. Na de aanrijding is verdachte niet blijven staan, maar is zij weggereden. De rechtbank acht het niet onaannemelijk dat verdachte zelf is geschrokken van de situatie, maar dat neemt niet weg dat verdachte zich nadien zelf bij de politie had kunnen melden. Verdachte heeft aldus aan slachtoffers op dat moment de mogelijkheid ontnomen eventuele schade te verhalen. Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank bij haar oordeelsvorming betrokken dat zij ter terechtzitting oprechte spijtbetuigingen heeft geuit. Verdachte heeft er ook overigens blijk van gegeven dat zij inziet dat door haar handelen aan anderen letsel is toegebracht. Daarnaast ziet de rechtbank onder ogen dat het hier gaat om oude feiten. De rechtbank heeft ten nadele van verdachte meegewogen dat zij eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. De officier van justitie heeft blijkens zijn requisitoir een deels voorwaardelijke gevangenisstraf geëist omdat - nu verdachte eerder tot een taakstraf is veroordeeld - de wet beperking taakstraffen dat zou voorschrijven. Hoewel verdachte inderdaad eerder tot een taakstraf is veroordeeld ziet de rechtbank in de wet beperking taakstraffen echter geen beletselen om aan verdachte een werkstraf op te leggen. Deze wet ziet immers op feiten gepleegd na 3 januari 2012, terwijl de onderhavige feiten dateren van ruim voor die datum. Wel ziet de rechtbank in de ernst van de feiten en in het kader van de generale preventie aanleiding om naast een forse werkstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
Advocaten
- N.O. Vogelaar
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
