ECLI:NL:RBHAA:2012:BW9241
Rechtbank Haarlem · 21-06-2012 · zaaknummer zaak/rolnr.: 549786 / CV EXPL 12-2142
Inhoudsindicatie
'Europees bevoegdheidsrecht, procesrecht. Een agentuurovereenkomst tussen twee buitenlandse partijen, die hoofdzakelijk wordt uitgevoerd in Nederland, schept inderdaad rechtsmacht van de Nederlandse rechter (art. 5.1 EEX-Vo en Hof EG 11 maart 2010, Domberger/Silva Trade, NJ 2010, 522). Dat geldt ook als het bestaan van de overeenkomst door de gedaagde partij wordt betwist (Hof EG 4 maart 1982, Effer/Kantner, NJ 1983, 508). Het is echter niet juist, dat de aangezochte rechter zich bij een beoordeling van zijn internationale bevoegdheid alleen mag baseren op wat daaromtrent in de dagvaarding wordt gesteld. Gelet op wat de gedaagde partij daartegen heeft aangevoerd, wordt de feitelijke onderbouwing van het bestaan van de overeenkomst door de eisende partij in deze zaak als onvoldoende aangemerkt, waarop de kantonrechter zich onbevoegd verklaart.'
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
